Het elektrificeren van het wagenpark is essentieel om als bedrijf de CO2-footprint flink te verlagen, maar het is slechts één stukje van de puzzel. Om een écht circulair wagenpark te krijgen moeten wagenparkbeheerders ook kijken naar de voertuigen zelf en gebruikmaken van de principes van de circulaire economie.
Die principes hebben de onderzoekers van de denktank Arval Mobility Observatory op rij gezet. Bedoeld voor bedrijven en organisaties die niet alleen hun CO2-voetafdruk van het wagenpark willen verlagen, maar ook het grondstoffenverbruik willen verminderen, ESG-doelstellingen willen behalen en tegelijkertijd kosten willen besparen.
Het is een flinke lijst van mogelijkheden geworden: van het gebruik van tweedehands voertuigen of onderdelen tot het gebruiken van de batterijpakketten van voertuigen voor een tweede leven, bijvoorbeeld als energieopslag. Accupakketten hebben na 12 jaar immers nog gemiddeld 80 procent van hun capaciteit over. Daarbij helt het overigens om meteen al te kiezen voor voertuigen met modulaire of verwisselbare batterijpacks. Dat maakt het gemakkelijker om degradatie van de accu te beheren en cellen efficiënt te hergebruiken.
Selectie van voertuigen
Volgens de onderzoekers bieden enkele OEM’s nu al gecertificeerde revisieprogramma’s die circulaire doelstellingen ondersteunen zonder concessies te doen aan prestaties. Zoals bijvoorbeeld Stellantis die al in 2022 het overkoepelende merk SUSTAINera introduceerde om hun circulaire initiatieven te benadrukken. Het bedrijf hanteert de 4R-strategie: reviseren, repareren, hergebruiken en recyclen. Voor zowel bedrijfswagens als personenauto’s. Gebruik van dergelijke onderdelen hebben een lagere milieu-impact maar leveren ook aanzienlijke kostenbesparingen op, soms tot 50%.
Wagenparkbeheerders kunnen dus bij de selectie van voertuigen nagaan of de OEM’s originele en/of gereviseerde onderdelen aanbieden. Daarbij moet ook worden gelet of technische handleidingen toegankelijk zijn voor alle reparateurs (ook onafhankelijke), en of er geen softwarelocks of koppelingssystemen zijn. Dit maakt gerichte upgrades mogelijk zonder het hele voertuig of subsystemen te hoeven vervangen, waardoor de levensduur wordt verlengd.
Maar duurzaam wagenparkbeheer begint toch vooral bij het afstemmen van het wagenpark op de daadwerkelijke behoeften. Dus voertuigen alleen aanschaffen als ze echt nodig zijn en zorgen dat ze qua grootte passen bij de gebruikers. “Het is belangrijk om vóór de aanschaf zeker te weten dat elk voertuig daadwerkelijk bijdraagt aan de efficiëntie van het wagenpark, want te grote of niet gebruikte voertuigen betekenen verspilling van middelen. Hulpmiddelen als telematica kunnen het daadwerkelijke gebruik en de geschiktheid monitoren”, aldus het onderzoek.
Proactief onderhoud
Wat betreft die hulpmiddelen: telematica en AI kunnen tegenwoordig ook worden ingezet in proactief onderhoud. Dit verlengt de levensduur van zowel het voertuig als de onderdelen – die daarna hergebruikt kunnen worden – en verkleint de kans op storingen en uitval. Bovendien vereisen batterij-elektrische voertuigen over het algemeen minder onderhoud dan voertuigen met een verbrandingsmotor, wat de operatie verder vereenvoudigt. Studies tonen aan dat binnen de eerste 80.000 kilometer de onderhouds- en reparatiekosten van BEV’s 57% lager zijn dan die van ICE’s.
Ook leasing van gebruikte auto’s behoort tot de mogelijkheden om te komen tot een circulair, duurzaam wagenpark, benadrukken de onderzoekers. Ook een herverdeling van voertuigen kan soelaas bieden: zo kan een lichte elektrische bedrijfswagen die niet meer geschikt is voor stedelijke bezorging, worden ingezet voor lichte taken zoals intern transport.
Steeds gemakkelijker
Banden behoren tot de meest vervangen onderdelen in een wagenpark. Ook hier is (milieu)winst te behalen door bijvoorbeeld hergebruik (herprofileren) of samen te werken met leveranciers die duurzaam geteeld rubber gebruiken en versleten banden recyclen om de ecologische voetafdruk van het wagenpark te verbeteren. Dat recyclen gebeurt natuurlijk ook bij een afgedankt voertuig, en dan vooral bij de batterijen van elektrische auto’s.
Het onderzoek benadrukt trouwens dat het tegenwoordig steeds gemakkelijker wordt om circulaire praktijken te integreren in wagenparkbeheer. Dat is vooral te danken aan de vooruitgang op het gebied van voorspellend onderhoud, batterijrecyclingtechnologie en digitale traceerbaarheid. Maar tegelijkertijd bestaat er geen universele oplossing. Iedere wagenparkbeheerder moet de eigen behoeften en doelstellingen afwegen. “Door nu echter een circulaire benadering van wagenparkbeheer te omarmen, ben je beter voorbereid op toekomstige duurzaamheidsuitdagingen zonder concessies te doen aan de prestaties en beschikbaarheid van voertuigen”, aldus de conclusie van de onderzoekers.
De ‘handleiding’ voor een echt circulair wagenpark…hiervoor moeten wagenparkbeheerders:
- De daadwerkelijke behoeften van gebruikers analyseren;
- Voertuigen afstemmen op hun specifieke gebruik en doel;
- Voorrang geven aan voertuigen met een lange levensduur die eenvoudig te repareren zijn, bij voorkeur met modulaire componenten;
- Proactief onderhoud inzetten om storingen en stilstand te beperken;






